Natuur
Gambia ligt direct aan de Atlantische Oceaan in het westen van Afrika en wordt als een enclave volledig omsloten door Senegal. Gambia heeft een breedte van circa 320 kilometer en is van noord naar zuid maximaal 50 kilometer lang.
Door het subtropisch klimaat dat er heerst is er een grote verscheidenheid aan vegetatie. Er zijn palmbomen en mangrovebomen. De bekendste boom van Gambia is de Baobab-boom. De stam van deze grillige boom heeft aan de onderkant een opvallend brede omtrek van soms wel meer dan 9 meter. Deze boom is meestal ook het middelpunt van een dorp.
Dwars door dit langgerekte land stroomt een rivier, de Gambia. Langs de waterkant groeien vele mangrovebossen ook wel mangrovemoerassen genoemd.
In Gambia zijn meer dan 400 (roof)vogelsoorten te zien, maar in de nationale parken en natuurreservaten leven ook apen en krokodillen.
Ook zijn er in de zee dolfijnen te spotten. Met name van november tot januari is de kans relatief groot dat je ze langs de kust ziet zwemmen.