Bevolking
In Gambia leven tegenwoordig vele etnische stammen met hun eigen taal en cultuur gebroederlijk naast en met elkaar. Toch zijn de diverse stammen nog duidelijk van elkaar te onderscheiden. Met trots laten ze vaak zien om bij een bepaalde stam te horen.
De grootste stam in Gambia is de eeuwenoude Mandinka. De stammen praten onderling hun eigen taal maar doordat Gambia heel lang een Engelse kolonie is geweest, is de officiële voertaal in Gambia Engels.
Je kunt dus vrijwel overal in het Engels communiceren. Ver in het binnenland wordt soms wat minder goed Engels gesproken.

De mensen leven in Gambia in zogenaamde compounds. Deze kleine leefgemeenschappen bestaan uit meerdere woningen die rondom een hoofdwoning zijn gebouwd. Hier wonen familieleden met elkaar.
De hoofdwoning wordt meestal bewoond door de oudste man van de familie, die ook het gezag binnen de compound heeft. Zijn familie woont in de omliggende woningen. Meerdere compounds samen vormen een dorp, waarvan de familieoudsten gezamenlijk het beleid van dat dorp voeren.
In het binnenland bestaan de woningen meestal uit een lemen vloer met daarop muren van bamboe matten en rieten daken. De woningen worden gebouwd rond een soort plein met een schaduwrijke boom in het midden, bv. De Baobab boom. Als er genoeg geld aanwezig is worden er woningen van cement gebouwd en/of electra geplaatst. Vaak is er ook een waterput aanwezig.